Словник
48 слів · сторінка 1 з 2
echtA1
справжній, справді
Is dat echt waar?
de echtgenootA1
чоловік (подружжя)
Haar echtgenoot werkt in het buitenland.
de economieA2
економіка
De economie groeide licht dit kwartaal.
economischA2
економічний
De economische situatie is onzeker.
eensA2
колись; (пом'якшувальна частка)
Kom eens langs als je tijd hebt.
eenzaamA2
самотній
In het begin voelde hij zich eenzaam.
eerderA2
раніше; скоріше
Kun je morgen iets eerder komen?
eergisterenA1
позавчора
Eergisteren was ik bij de dokter.
eerlijkA2
чесний; справедливий
Wees eerlijk, vind je mijn nieuwe kapsel mooi?
eerstA1
спочатку
Ik ga eerst douchen.
eersteA1
перший
Dit is mijn eerste dag hier.
de eetgewoonteA2
харчова звичка
Mijn eetgewoontes zijn hier veranderd.
de eetlustA2
апетит
Door de koorts heb ik geen eetlust.
de EHBOA2
перша допомога
Zij volgde een cursus EHBO.
het eiA1
яйце
Ik eet 's ochtends een ei.
eigenA2
власний, свій
Na mijn studie wil ik een eigen huis.
eigenlijkA1
власне, насправді
Eigenlijk vind ik het geen goed idee.
het eilandA1
острів
Het eiland is per veerboot bereikbaar.
het eindeA2
кінець
Aan het einde van de straat is een bakker.
eindelijkA2
нарешті
Eindelijk is de brief er.
de eindtoetsA2
підсумковий тест
De eindtoets is in juni.
eisenA2
eiste · hebben geëist
вимагати
De bond eist een hoger loon.
de eisen
вимоги (мн. від eis)
De school stelt hoge eisen aan het schrijven.
de elektriciteitA2
електрика
De elektriciteit is vanochtend uitgevallen.
elfA1
одинадцять
De winkel sluit om elf uur.
elkA1
кожен (elk, elke)
Elk kind krijgt een klein cadeautje van de juf.

