Словник
109 слів · сторінка 4 з 5
essentieB2
суть, сутність
Dat is niet de essentie van het probleem.
etenA1
їжа
Nederlands eten is soms heel simpel.
ethiekB2
етика
De ethiek van dit onderzoek is omstreden.
etiketA2
етикетка
Kijk even op het etiket.
eufemismeB2
евфемізм
'Reorganisatie' is vaak een eufemisme voor ontslagen.
euforieB2
ейфорія
Na de overwinning heerste er euforie.
euroB2
євро
De euro is in twintig landen betaalmiddel.
europarlementB2
Європарламент
Het europarlement stemde tegen het voorstel.
eurozoneB2
єврозона
Niet elk EU-land hoort bij de eurozone.
evacuatieplanB2
план евакуації
Het evacuatieplan wordt jaarlijks geoefend.
evaluatieB1
оцінка, розбір
Na het project volgt een evaluatie.
evenementB1
захід
Het evenement trekt duizenden bezoekers.
evenwelB2
утім, однак
De opzet is helder; de uitwerking evenwel niet.
evenwichtsgevoelB2
відчуття рівноваги
Haar evenwichtsgevoel is verstoord.
examenB1
іспит
Het examen is over twee weken.
examenaanmeldingB2
запис на іспит
De examenaanmelding sluit zes weken van tevoren.
examencommissieB2
екзаменаційна комісія
De examencommissie beoordeelt je verzoek.
examendatumA2
дата іспиту
De examendatum staat nog niet vast.
examenkostenB1
вартість іспиту
De examenkosten betaal je zelf.
examenlocatieB1
місце проведення іспиту
De examenlocatie is in Utrecht.
examenlokaalB2
екзаменаційна аудиторія
In het examenlokaal mag geen telefoon mee.
examenonderdeelB1
частина іспиту
Lezen is het lastigste examenonderdeel voor mij.
examenregelingB1
правила іспиту
Lees de examenregeling goed door.
examenreglementB2
регламент іспиту
Lees het examenreglement vooraf goed door.
examenstofB1
матеріал до іспиту
De examenstof staat in de studiegids.

