Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

58 слів · сторінка 1 з 3

  • daarA1

    там

    Daar staat mijn fiets.

  • daarnaA2

    після цього

    Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.

  • daarnaastA2

    крім того

    Daarnaast volg ik een cursus.

  • daaromA2

    тому

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • dagA1

    день

    Elke dag ga ik naar mijn werk.

  • dagelijksA1

    щодня

    Ik oefen dagelijks een half uur.

  • dakA2

    дах

    Het dak lekt bij zware regen.

  • danA1

    потім, тоді

    Eerst eten, dan afwassen.

  • dankjewelA1

    дякую

    Dankjewel voor je hulp.

  • dansenA2

    танцювати

    Op het feest werd er gedanst.

  • datumA1

    дата

    Wat is de datum van vandaag?

  • deadlineA2

    термін здачі

    De deadline is vrijdag.

  • decemberA1

    грудень

    In december zijn er veel feestdagen.

  • deelA2

    частина

    Het eerste deel van de cursus is klaar.

  • dekbedA1

    ковдра

    In de winter gebruik ik een dik dekbed.

  • delenA1

    ділити(ся)

    We delen de kosten samen.

  • denkenA1

    думати

    Ik denk dat het goed komt.

  • derdeA1

    третій

    Wij wonen op de derde verdieping.

  • dertigA1

    тридцять

    Ik ben dertig jaar oud.

  • deurA1

    двері

    Doe je de deur even dicht?

  • deurmatA2

    килимок біля дверей

    Veeg je voeten op de deurmat.

  • dichtA1

    зачинений

    Op zondag zijn de winkels dicht.

  • dichtbijA1

    близько

    De school is heel dichtbij.

  • dieetA2

    дієта

    Hij volgt een streng dieet.

  • dienstregelingA2

    розклад руху

    De dienstregeling verandert in december.