Словник
409 слів · сторінка 1 з 17
baanA2
робота
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
baasA2
начальник
Mijn baas is vandaag afwezig.
baasjeB2
господар тварини
Het baasje moet de hond opruimen.
babbeltrucB2
шахрайство шляхом відволікання
Ouderen zijn vaak slachtoffer van een babbeltruc.
babyA1
немовля
De baby slaapt nu.
babyborrelB2
свято з нагоди народження
Op de babyborrel waren veertig mensen.
bachelorB2
бакалаврат
Na je bachelor kun je doorstuderen.
bacterieB2
бактерія
Niet elke bacterie is schadelijk.
badkamerA1
ванна кімната
De badkamer is boven.
badkuipA2
ванна
In deze badkamer staat geen badkuip.
bagageA2
багаж
Laat je bagage niet alleen achter.
bakkerA2
пекарня, пекар
Ik haal brood bij de bakker.
baliemedewerkerB2
співробітник стійки обслуговування
De baliemedewerker hielp mij snel.
balkonA2
балкон
Op het balkon staan planten.
banaanA1
банан
Wil je een banaan?
bandA2
шина, покришка
Mijn band is lek.
banenverliesB2
втрата робочих місць
Automatisering kan leiden tot banenverlies.
bangA2
наляканий
Ik ben bang voor honden.
bankA2
банк
Ik heb een rekening bij deze bank.
bankafschriftB1
виписка з рахунку
Op het bankafschrift zie je alle betalingen.
bankkostenB1
банківські комісії
De bankkosten zijn dit jaar verhoogd.
bankrekeningA2
банківський рахунок
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
barmanB2
бармен
De barman kent iedereen bij naam.
basisbehoefteB2
базова потреба
Wonen is een basisbehoefte, geen luxe.
basisonderwijsB2
початкова освіта
Het basisonderwijs duurt acht jaar.

