Словник
35 слів · сторінка 2 з 2
brievenbusA1
поштова скринька
Er zit post in de brievenbus.
brilA1
окуляри
Zonder bril zie ik niets.
broekA1
штани
Deze broek is te lang.
broerA1
брат
Mijn broer woont in België.
broodA1
хліб
Ik eet elke ochtend brood.
bruinA1
коричневий
Ik eet liever bruin brood.
buikA1
живіт
Ik heb buikpijn.
buitenlampA1
зовнішній світильник
De buitenlamp gaat automatisch aan.
buurmanA1
сусід
De buurman helpt ons vaak.
buurvrouwA1
сусідка
De buurvrouw past op de kinderen.

