Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

41 слів · сторінка 2 з 2

  • betekenenA2

    означати

    Wat betekent dit woord?

  • betogenB2

    доводити, аргументувати

    De auteur betoogt dat het anders moet.

  • betreurenB2

    шкодувати

    Wij betreuren deze beslissing.

  • bevestigenB1

    підтверджувати

    Kunt u de afspraak per mail bevestigen?

  • bewarenA2

    зберігати

    Bewaar deze brief goed.

  • bewegenB1

    рухатися

    Probeer elke dag genoeg te bewegen.

  • bewerenB2

    стверджувати

    Hij beweert dat hij niets wist.

  • bewonderenB2

    захоплюватися

    Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen.

  • bezoekenA2

    відвідувати

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • bezorgenA2

    доставляти

    Ze bezorgen het pakket morgen.

  • bijkomenB1

    приходити до тями

    Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.

  • blijvenA2

    залишатися

    Blijf je vanavond eten?

  • blokkerenB2

    блокувати

    Zij blokkeerde het account meteen.

  • blozenB2

    червоніти

    Zij bloosde bij het compliment.

  • bradenB2

    смажити

    Braad het vlees kort aan.

  • brengenA2

    приносити, відвозити

    Ik breng de kinderen naar school.