Словник
99 слів · сторінка 4 з 4
ambtenaarB1
чиновник
De ambtenaar hielp mij met het formulier.
ambulanceA2
швидка допомога
Bel 112 voor een ambulance.
anderA1
інший
Heb je een andere maat?
antwoordenA2
відповідати
Hij antwoordde niet op mijn vraag.
apartA1
окремо
We betalen apart.
apotheekA2
аптека
De apotheek is naast de huisarts.
appartementA2
квартира
Zij huurt een klein appartement.
appelA1
яблуко
Ik neem een appel mee naar mijn werk.
aprilA1
квітень
In april bloeien de bloemen.
arbeidsconflictB1
трудовий конфлікт
Bij een arbeidsconflict kun je hulp vragen.
arbeidscontractB1
трудовий контракт
Mijn arbeidscontract loopt tot december.
arbeidsduurB1
тривалість робочого часу
De arbeidsduur is 36 uur per week.
arbeidsovereenkomstA2
трудовий договір
De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.
arbeidsprocesB1
трудовий процес
Het hele arbeidsproces is opnieuw ingericht.
arbeidsverzuimB1
невихід на роботу
Het arbeidsverzuim is dit kwartaal laag.
arbeidsvoorwaardenB1
умови праці
De arbeidsvoorwaarden zijn goed geregeld.
armA1
рука
Mijn arm is stijf.
augustusA1
серпень
Augustus is vaak de warmste maand.
autoA1
машина
Onze auto staat voor de deur.
autoverhuurB1
оренда автомобіля
Bij de autoverhuur heb je je rijbewijs nodig.
autoverzekeringB1
автострахування
Een autoverzekering is wettelijk verplicht.
avondA1
вечір
's Avonds kijk ik televisie.
avondetenA2
вечеря
Het avondeten is om zes uur.
azijnA1
оцет
Doe wat azijn in de salade.

