Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

99 слів · сторінка 3 з 4

  • afsprekenB1

    домовлятися

    Zullen we iets afspreken voor vrijdag?

  • aftrekpostB1

    податкове вирахування

    Studiekosten waren vroeger een aftrekpost.

  • afvalA2

    сміття

    Het afval wordt op dinsdag opgehaald.

  • afvalbakB1

    смітник

    Gooi het in de afvalbak.

  • afvalcontainerB1

    сміттєвий контейнер

    De afvalcontainer wordt woensdag geleegd.

  • afvalinzamelingB1

    вивезення сміття

    De afvalinzameling is op donderdag.

  • afwassenA2

    мити посуд

    Wie wast er vanavond af?

  • afwezigA2

    відсутній

    Hij was vorige week afwezig.

  • afwijzenB1

    відхиляти

    Mijn aanvraag is afgewezen.

  • afzenderB1

    відправник

    De afzender staat op de achterkant.

  • afzenderadresB1

    адреса відправника

    Zet je afzenderadres op de envelop.

  • agendaA2

    щоденник, порядок денний

    Ik zet de afspraak in mijn agenda.

  • alA1

    вже

    Ben je er nu al?

  • alcoholB1

    алкоголь

    Drink geen alcohol bij deze medicijnen.

  • allebeiA1

    обидва

    Wij werken allebei fulltime.

  • alleenA1

    сам; тільки

    Ik woon alleen.

  • alleenstaandA1

    самотній

    Zij is een alleenstaande moeder.

  • allemaalA1

    усі

    We gaan allemaal mee.

  • allergieA2

    алергія

    Ik heb een allergie voor noten.

  • allesA1

    все

    Alles is klaar.

  • alsA1

    якщо, коли

    Als het regent, blijven we binnen.

  • alsjeblieftA1

    будь ласка

    Hier is je koffie, alsjeblieft.

  • alternatiefB1

    альтернатива

    Is er een alternatief voor de auto?

  • altijdA1

    завжди

    Hij komt altijd te laat.

  • ambitieB1

    амбіція, прагнення

    Zij heeft de ambitie om leidinggevende te worden.