Словник
142 слів · сторінка 3 з 6
de actieB1
дія; акція (протесту)
De buurtbewoners voeren actie tegen de nieuwe weg.
акція (знижка)
Deze week is er in de supermarkt een actie op koffie.
actiefA2
активний
Mijn opa is met tachtig jaar nog heel actief.
de activiteitA2
захід, заняття
Zwemmen is een gezonde activiteit voor jong en oud.
de ademA1
подих
Haal even diep adem.
ademenB1
ademde · hebben geademd
дихати
Probeer rustig te ademen.
de ademhalingB1
дихання
Zijn ademhaling was rustig en regelmatig.
het adresA1
адреса
Schrijf hier je adres op.
het adviesB1
порада
De arts gaf mij een goed advies.
de advocaatA2
адвокат
Zijn advocaat ging in beroep.
afA2
готово, закінчено
Mijn huiswerk voor morgen is eindelijk af.
de afbeeldingB1
зображення, картинка
Klik op de afbeelding om hem groter te maken.
de afbetalingB1
оплата в розстрочку
Ik koop de wasmachine op afbetaling.
de afdelingA2
відділ
Zij werkt op de afdeling verkoop.
afhankelijkB1
залежний
Of we gaan, is afhankelijk van het weer.
de afleveringB1
серія, випуск
Heb je de laatste aflevering van die serie gezien?
aflopenB1відокремлюванийнеправильне
liep af · liepen af · zijn afgelopen
закінчуватися, спливати
Mijn paspoort gaat volgende maand aflopen.
aflossenB1відокремлюваний
loste af · hebben afgelost
погашати (борг)
We lossen de lening in tien jaar af.
de aflossingstermijnB1
строк погашення
De aflossingstermijn is tien jaar.
zich afmeldenB1відокремлюванийзворотний
meldde af · hebben afgemeld
скасовувати запис
Vergeet niet je af te melden als je niet komt.
afrekenenA2відокремлюваний
rekende af · hebben afgerekend
розрахуватися
Ik ga even afrekenen.
afsluitenB1відокремлюванийнеправильне
sloot af · sloten af · hebben afgesloten
укладати (договір); перекривати
Wij hebben een nieuwe zorgverzekering afgesloten.
de afsluitingB1
завершення, кінцівка
Als afsluiting bedank je de lezer.
de afspraakA2
прийом, зустріч
Ik heb een afspraak om half drie.
afsprekenB1відокремлюванийнеправильне
sprak af · spraken af · hebben afgesproken
домовлятися
Zullen we iets afspreken voor vrijdag?
de afstandB1
відстань
De afstand van mijn huis naar het werk is tien kilometer.

