Словник
155 слів · сторінка 3 з 7
inwerkenB1
вводити в курс справи
Een collega werkt je de eerste week in.
inzetB1
старанність, залученість
Zijn inzet voor het project was groot.
kantoorA2
офіс
Ons kantoor is vlak bij het station.
kantoorurenA2
робочі години офісу
Bel tijdens kantooruren.
klantcontactB1
робота з клієнтами
In deze functie heb je veel klantcontact.
klantgerichtB1
клієнтоорієнтований
Wij werken klantgericht.
leidinggevendeB1
керівник
Bespreek dat met je leidinggevende.
loonA2
заробітна плата
Het loon wordt per week uitbetaald.
loonstrookB1
розрахунковий листок
Op je loonstrook zie je de inhoudingen.
loopbaanB1
кар'єра
Hij denkt na over een andere loopbaan.
loopbaanadviesB1
кар'єрна консультація
Ik heb loopbaanadvies aangevraagd.
loopbaanstapB1
крок у кар'єрі
Deze functie is een mooie loopbaanstap.
motivatieB1
мотивація
Schrijf in je brief iets over je motivatie.
nachtdienstA2
нічна зміна
Deze week heb ik nachtdienst.
nauwkeurigB1
точний, акуратний
Dit werk moet nauwkeurig gebeuren.
ontslaanA2
звільняти
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
ontwikkelingB1
розвиток
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
opdrachtA2
завдання, доручення
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
opzeggenA2
розривати, скасовувати
Ik wil mijn contract opzeggen.
opzegtermijnB1
строк попередження про звільнення
De opzegtermijn is één maand.
overlegB1
нарада, обговорення
Na overleg met het team besloten we te wachten.
overurenA2
понаднормові години
Deze week heb ik veel overuren gemaakt.
overwerkB1
понаднормова робота
Overwerk wordt bij ons niet betaald.
pauzeA2
перерва
We hebben om twaalf uur pauze.
personeelA2
персонал
Het restaurant zoekt nieuw personeel.

