Словник
130 слів · сторінка 1 з 6
aankomstB1
прибуття
De aankomst is rond middernacht.
aankomsthalA2
зал прильоту
Ik wacht op je in de aankomsthal.
aankomsttijdA2
час прибуття
De aankomsttijd staat op je kaartje.
alternatiefB1
альтернатива
Is er een alternatief voor de auto?
autoverhuurB1
оренда автомобіля
Bij de autoverhuur heb je je rijbewijs nodig.
autoverzekeringB1
автострахування
Een autoverzekering is wettelijk verplicht.
bagageA2
багаж
Laat je bagage niet alleen achter.
bandA2
шина, покришка
Mijn band is lek.
benzineA2
бензин
De benzine is weer duurder geworden.
bestemmingA2
пункт призначення
Wat is uw eindbestemming?
bijrijderB1
пасажир поруч із водієм
De bijrijder leest de route voor.
boeteB1
штраф
Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.
brugA2
міст
De brug is open voor een boot.
brugopeningB1
розведення мосту
Door de brugopening stond het verkeer stil.
busA2
автобус
De bus stopt voor het station.
bushokjeA2
автобусна зупинка (навіс)
We schuilden in het bushokje voor de regen.
buslijnB1
автобусний маршрут
Buslijn 12 stopt hier vlakbij.
buspasA2
проїзний на автобус
Met een buspas reis je goedkoper.
chauffeurA2
водій
Vraag het even aan de chauffeur.
conducteurA2
кондуктор
De conducteur controleerde de kaartjes.
dienstregelingA2
розклад руху
De dienstregeling verandert in december.
fietsA2
велосипед
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.
fietsenstallingA2
велопарковка
Zet je fiets in de fietsenstalling.
fietspadB1
велодоріжка
Fiets alsjeblieft op het fietspad.
fietspompA2
велонасос
Heb je een fietspomp voor me?

