Словник
12 слів · сторінка 1 з 1
bagageA2
багаж
Laat je bagage niet alleen achter.
bandA2
шина, покришка
Mijn band is lek.
benzineA2
бензин
De benzine is weer duurder geworden.
bestemmingA2
пункт призначення
Wat is uw eindbestemming?
bijrijderB1
пасажир поруч із водієм
De bijrijder leest de route voor.
boeteB1
штраф
Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.
brugA2
міст
De brug is open voor een boot.
brugopeningB1
розведення мосту
Door de brugopening stond het verkeer stil.
busA2
автобус
De bus stopt voor het station.
bushokjeA2
автобусна зупинка (навіс)
We schuilden in het bushokje voor de regen.
buslijnB1
автобусний маршрут
Buslijn 12 stopt hier vlakbij.
buspasA2
проїзний на автобус
Met een buspas reis je goedkoper.

