Словник
77 слів · сторінка 3 з 4
secondeA1
секунда
Wacht één seconde.
septemberA1
вересень
De school begint weer in september.
sindsA1
з (якогось часу)
Ik woon hier sinds 2022.
somsA1
іноді
Soms neem ik de bus.
straksA1
скоро, згодом
Ik bel je straks even terug.
tijdA1
час
Ik heb geen tijd vandaag.
tijdensA1
під час
Tijdens de les mag je niet bellen.
uurA1
година
De les duurt één uur.
vaakA1
часто
Ik ga vaak met de fiets.
vanavondA1
сьогодні ввечері
Vanavond blijf ik thuis.
vandaagA1
сьогодні
Vandaag is het mooi weer.
vanmiddagA1
сьогодні вдень
Vanmiddag heb ik een afspraak.
vanmorgenA1
сьогодні вранці
Vanmorgen was het erg koud.
verjaardagA1
день народження
Morgen is mijn verjaardag.
volgendA1
наступний
Volgende week begin ik met de cursus.
vorigA1
минулий, попередній
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
vrijdagA1
п'ятниця
Vrijdag werk ik thuis.
vroegA1
рано
Ik sta elke dag vroeg op.
weekA1
тиждень
Deze week werk ik thuis.
weekdagA1
будній день
Op weekdagen sta ik vroeg op.
weekendA1
вихідні
In het weekend werk ik niet.
wekelijksA1
щотижня
De les is wekelijks op dinsdag.
winterA1
зима
De winter is hier nat en koud.
woensdagA1
середа
Woensdag zijn de kinderen vrij.
zaterdagA1
субота
Op zaterdag doe ik boodschappen.

