Словник
77 слів · сторінка 2 з 4
kwartierA1
чверть години
Het duurt nog een kwartier.
laatA1
пізно
Sorry dat ik te laat ben.
langA1
довго, довгий
Het duurt niet lang.
laterA1
пізніше
We bellen later wel even.
lenteA1
весна
In de lente bloeien de tulpen.
maandA1
місяць
Volgende maand ga ik op vakantie.
maandagA1
понеділок
Op maandag begin ik om negen uur.
maandelijksA1
щомісяця
De huur betaal je maandelijks.
maartA1
березень
De cursus start in maart.
meiA1
травень
Mijn verjaardag is in mei.
meteenA1
одразу
Ik kom er meteen aan.
middagA1
день (пора доби)
We eten om twaalf uur 's middags.
middernachtA1
північ
De trein rijdt tot middernacht.
minuutA1
хвилина
Wacht even, nog één minuut.
momentA1
момент
Een moment, ik kom eraan.
morgenA1
завтра
Morgen begin ik vroeg.
nachtA1
ніч
Vannacht heb ik slecht geslapen.
netA1
щойно
Hij is net weggegaan.
nogA1
ще
Ik ben nog niet klaar.
nooitA1
ніколи
Ik drink nooit alcohol.
novemberA1
листопад
November is een donkere maand.
nuA1
зараз
Ik heb nu geen tijd.
ochtendA1
ранок
In de ochtend drink ik koffie.
oktoberA1
жовтень
In oktober vallen de bladeren.
overmorgenA1
післязавтра
Overmorgen begint mijn vakantie.

