Словник
8 слів · сторінка 1 з 1
kachelA1
обігрівач, піч
Zet de kachel wat hoger.
kamerA1
кімната
Mijn kamer is niet zo groot.
kastA1
шафа
Je jas hangt in de kast.
kelderA1
підвал
De fietsen staan in de kelder.
keukenA1
кухня
De keuken is net schoongemaakt.
koelkastA1
холодильник
De melk staat in de koelkast.
kraanA2
кран
De kraan lekt al een week.
kussenA1
подушка
Dit kussen is te hard.

