Словник
4 слів · сторінка 1 з 1
dokterA1
лікар
Ik ga morgen naar de dokter.
doktersadviesB1
рекомендація лікаря
Volg het doktersadvies goed op.
doktersbezoekB1
візит до лікаря
Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.
doorverwijzenB1
направляти (до фахівця)
De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.

