Словник
2 слів · сторінка 1 з 1
uitgaanB1
ходити розважатися
Vroeger gingen we elk weekend uit.
uitrustenB1
відпочивати
Na die drukke week moet ik even uitrusten.
2 слів · сторінка 1 з 1
uitgaanB1
ходити розважатися
Vroeger gingen we elk weekend uit.
uitrustenB1
відпочивати
Na die drukke week moet ik even uitrusten.