Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

7 слів · сторінка 1 з 1

  • gastheerB1

    господар (що приймає)

    Hij was een uitstekende gastheer.

  • gastvrijB1

    гостинний

    Zij zijn heel gastvrij voor bezoek.

  • genietenB1

    насолоджуватися

    Ik geniet van het rustige weekend.

  • gezelligB1

    затишний, приємний

    Het was een gezellige avond.

  • gezelligheidB1

    затишок, приємна атмосфера

    Ik kom vooral voor de gezelligheid.

  • gezelschapB1

    компанія, товариство

    Hij houdt van gezelschap.

  • gezelschapsspelB1

    настільна гра

    's Avonds doen we een gezelschapsspel.