Словник
122 слів · сторінка 5 з 5
spinazieA1
шпинат
Spinazie zit vol ijzer.
stroopwafelA1
стропвафля
Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.
suikerA2
цукор
Ik doe geen suiker in mijn thee.
supermarktA2
супермаркет
De supermarkt is tot tien uur open.
taartA1
торт
Op mijn verjaardag maak ik een taart.
theeA1
чай
Ik drink liever thee dan koffie.
tomaatA1
помідор
Doe een tomaat in de salade.
uiA1
цибуля
Van een ui moet ik huilen.
visA1
риба
Op vrijdag eten we vaak vis.
vlaA1
ванільний десерт
Als toetje eten we vla.
vleesA1
м'ясо
Zij eet geen vlees.
voedingsmiddelA2
харчовий продукт
Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.
voedingswaardeA2
харчова цінність
De voedingswaarde staat op de verpakking.
voedselA2
продовольство, їжа
Er wordt veel voedsel weggegooid.
voorgerechtA2
закуска
Als voorgerecht nemen we soep.
voorraadkastA2
комора для продуктів
Het meel staat in de voorraadkast.
vorkA1
виделка
Er ligt geen vork op tafel.
vriezerA2
морозильник
Het brood ligt in de vriezer.
worstA1
ковбаса
Bij de slager kocht ik worst.
wortelA1
морква
Doe de wortels in de soep.
yoghurtA1
йогурт
Ik eet yoghurt bij het ontbijt.
zoutA1
сіль
Er zit te veel zout in.

