Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

3 слів · сторінка 1 з 1

  • familieA1

    сім'я

    Mijn familie komt zondag eten.

  • familiebezoekA1

    візит родичів

    Zondag hebben we familiebezoek.

  • familielidA1

    член сім'ї

    Er komt een familielid op bezoek.