Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

25 слів · сторінка 1 з 1

  • vastberadenheidB2

    рішучість

    Met grote vastberadenheid zette zij door.

  • veerkrachtB2

    життєстійкість

    Kinderen hebben vaak veel veerkracht.

  • veiligheidsgevoelB2

    відчуття безпеки

    Betere verlichting vergroot het veiligheidsgevoel.

  • verbazingB2

    здивування

    Tot mijn verbazing kwam hij toch.

  • verbitteringB2

    озлоблення, гіркота

    Uit zijn woorden sprak verbittering.

  • verbondenheidB2

    відчуття зв'язку, причетність

    Sport geeft veel mensen een gevoel van verbondenheid.

  • verbouwereerdB2

    спантеличений

    Hij keek verbouwereerd om zich heen.

  • verdrietB2

    смуток, горе

    Hij probeerde zijn verdriet te verbergen.

  • vergevingB2

    прощення

    Vergeving kost tijd.

  • verhoudingB2

    відношення, співвідношення

    De verhouding tussen collega's is zakelijk.

  • verlangenB2

    туга, бажання

    Hij had een sterk verlangen naar huis.

  • verlegenheidB2

    сором'язливість

    Zijn verlegenheid verdwijnt zodra hij over werk praat.

  • verliefdheidB2

    закоханість

    De eerste verliefdheid duurt zelden lang.

  • verlovingB2

    заручини

    De verloving werd op het feest bekendgemaakt.

  • verontwaardigingB2

    обурення

    Het besluit leidde tot veel verontwaardiging.

  • verrukkingB2

    захват

    Tot haar verrukking werd het plan aangenomen.

  • vertrouwenB2

    довіра

    Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.

  • vertrouwensbandB2

    довірчі стосунки

    Er groeide een vertrouwensband tussen arts en patiënt.

  • vertwijfelingB2

    відчай

    In vertwijfeling belde hij de hulplijn.

  • vervreemdingB2

    відчуження

    Sommigen ervaren vervreemding van hun eigen buurt.

  • verwachtingspatroonB2

    система очікувань

    Zijn verwachtingspatroon klopte niet met de werkelijkheid.

  • verzoeningB2

    примирення

    Na jaren kwam er verzoening.

  • voornemenB2

    намір

    Zijn goede voornemen hield twee weken stand.

  • vriendelijkheidB2

    привітність

    Zijn vriendelijkheid viel meteen op.

  • vrolijkheidB2

    веселість

    De opmerking zorgde voor vrolijkheid.