Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

16 слів · сторінка 1 з 1

  • teleurgesteldA2

    розчарований

    Hij was teleurgesteld in het resultaat.

  • teleurstellendB2

    розчаровуючий

    De opkomst was teleurstellend.

  • teleurstellingB2

    розчарування

    De uitslag was een grote teleurstelling.

  • terneergeslagenB2

    пригнічений

    Hij zat terneergeslagen in de wachtkamer.

  • terughoudendB2

    стриманий

    De minister reageerde terughoudend.

  • tevredenB2

    задоволений

    Zij is tevreden met het resultaat.

  • tevredenheidB2

    задоволеність

    De tevredenheid onder werknemers is gestegen.

  • thuisgevoelB2

    відчуття дому

    Na drie jaar kreeg zij eindelijk een thuisgevoel.

  • trillenB2

    тремтіти

    Zijn handen trilden van de zenuwen.

  • troostenB2

    втішати

    Ze troostte haar dochter na de uitslag.

  • troostendB2

    втішливий

    Zij zei iets troostends.

  • trotsB2

    гордий; гордість

    Ze is trots op wat ze bereikt heeft.

  • tweestrijdB2

    внутрішня боротьба

    Zij zat in tweestrijd over het aanbod.

  • twijfelB2

    сумнів

    Er bestaat twijfel over de resultaten.

  • twijfelenB2

    сумніватися

    Ik twijfel nog over die opleiding.

  • twijfelgevalB2

    спірний випадок

    Dit is duidelijk een twijfelgeval.