Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

4 слів · сторінка 1 з 1

  • aanvaardenB2

    приймати

    Zij aanvaardde de uitslag zonder protest.

  • aanvoelenB2

    відчувати інтуїтивно

    Zij voelde meteen aan dat er iets mis was.

  • aarzelenB2

    вагатися

    Hij aarzelde voordat hij antwoordde.

  • ambiërenB2

    прагнути посісти

    Hij ambieert een leidinggevende functie.