Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

153 слів · сторінка 1 з 7

  • aanbiedenA2

    пропонувати

    Zij bood aan om te helpen.

  • aankomenA2

    прибувати

    Wij komen om acht uur aan.

  • aanpassenA2

    пристосовувати(ся)

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanrakenA2

    торкатися

    Raak de hete pan niet aan.

  • antwoordenA2

    відповідати

    Hij antwoordde niet op mijn vraag.

  • bedankenA2

    дякувати

    Ik wil je bedanken voor je hulp.

  • beginnenA2

    починати(ся)

    De les begint om negen uur.

  • bepalenA2

    визначати

    Jij mag bepalen waar we eten.

  • bereikenA2

    досягати; зв'язатися

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • besluitenA2

    вирішувати

    We hebben besloten te verhuizen.

  • bestaanA2

    існувати

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • betekenenA2

    означати

    Wat betekent dit woord?

  • bewarenA2

    зберігати

    Bewaar deze brief goed.

  • bezoekenA2

    відвідувати

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • blijvenA2

    залишатися

    Blijf je vanavond eten?

  • brengenA2

    приносити, відвозити

    Ik breng de kinderen naar school.

  • controlerenA2

    перевіряти

    Controleer je gegevens voordat je verstuurt.

  • dansenA2

    танцювати

    Op het feest werd er gedanst.

  • delenA1

    ділити(ся)

    We delen de kosten samen.

  • denkenA1

    думати

    Ik denk dat het goed komt.

  • doenA1

    робити

    Wat doe je in het weekend?

  • downloadenA2

    завантажувати

    Download de app op je telefoon.

  • dragenA1

    носити

    Hij draagt een zwarte jas.

  • dromenA1

    бачити сни, мріяти

    Ik droomde vannacht over mijn familie.

  • durenA2

    тривати

    Hoe lang duurt de les?