Словник
473 слів · сторінка 6 з 19
goedenavondA1
добрий вечір
Goedenavond, komt u binnen.
goedendagA1
добрий день
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
graagA1
охоче, залюбки
Ik drink graag koffie.
grijsA1
сірий
De lucht is vandaag grijs.
groenA1
зелений
Het licht is groen, je mag gaan.
groetenA2
вітатися
Groet je buren als je ze tegenkomt.
grootA1
великий
Zij wonen in een groot huis.
halenA2
забирати, приносити
Ik haal even brood.
halfA1
половина
Het is half acht.
halloA1
привіт
Hallo, hoe gaat het?
handdoekA1
рушник
De handdoek hangt in de badkamer.
handigA1
зручний, практичний
Dat is een handige app.
hardA1
твердий; гучний
Het bed is te hard.
hebbenA1
мати
Wij hebben twee kinderen.
heelA1
дуже; цілий
Het is heel warm vandaag.
helaasA2
на жаль
Helaas kan ik niet komen.
helftA1
половина (частина)
De helft van de klas was ziek.
helpenA2
допомагати
Kun je me even helpen?
herinnerenA2
пам'ятати, згадувати
Ik herinner me haar naam niet meer.
herkennenA2
впізнавати
Ik herkende hem meteen.
hetenA1
називатися, зватися
Hoe heet jij?
hierA1
тут
Ik woon hier al drie jaar.
hoeA1
як
Hoe gaat het met je?
hoekA1
кут, ріг
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
як довго
Hoelang woon je al in Nederland?

