Словник
43 слів · сторінка 2 з 2
nieuwA1
новий
Ik heb een nieuwe telefoon.
nodigA2
потрібний
Ik heb je hulp nodig.
normaalA2
нормальний, звичайний
Dat is hier heel normaal.
openA1
відкритий
De winkel is nog open.
paarsA1
фіолетовий
De bloemen in de tuin zijn paars.
regelmatigA2
регулярно
Ik sport regelmatig.
rijkA1
багатий
Zij komt uit een rijke familie.
rondA1
круглий
De tafel is rond.
rustigA2
спокійний, тихий
Het is hier lekker rustig.
snelA1
швидкий
Hij loopt heel snel.
tegelijkA2
одночасно
Praat niet allemaal tegelijk.
typischA2
типовий
Dat is typisch Nederlands.
vergelijkbaarA2
порівнянний
De prijzen zijn vergelijkbaar.
verschillendA2
різний
We hebben verschillende opties bekeken.
volA1
повний
De bus is helemaal vol.
weinigA1
мало
Ik heb weinig tijd.
witA1
білий
De muren zijn wit geverfd.
zwartA1
чорний
Hij heeft zwarte schoenen aan.

