Словник
5 слів · сторінка 1 з 1
tekenenA2
малювати
Mijn dochter tekent graag.
tellenA1
рахувати
Kun je tot tien tellen in het Nederlands?
terugkomenA2
повертатися
Hij komt volgende week terug.
thuisblijvenA2
залишатися вдома
Ik blijf vandaag thuis.
toestaanA2
дозволяти
Honden zijn hier niet toegestaan.

