Словник
13 слів · сторінка 1 з 1
schaarA1
ножиці
Heb je een schaar voor me?
schoenenA1
взуття
Deze schoenen zijn te klein.
schoolA1
школа
Mijn kinderen gaan hier naar school.
shirtA1
сорочка, футболка
Hij draagt een wit shirt.
situatieA2
ситуація
Leg de situatie even uit.
slechtA1
поганий
Het weer is vandaag slecht.
sokA1
шкарпетка
Ik kan mijn sokken niet vinden.
sommigeA1
деякі
Sommige winkels zijn zondag open.
spullenA1
речі
Neem je spullen mee.
stadA1
місто
Amsterdam is een grote stad.
stilA1
тихий
Wees even stil, alsjeblieft.
straatA1
вулиця
Ik woon in een rustige straat.
stukA1
шматок
Wil je een stuk taart?

