Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

11 слів · сторінка 1 з 1

  • ondertekenenA2

    підписувати

    Onderteken het contract onderaan.

  • ontdekkenA2

    виявляти

    Ik ontdekte een fout in het formulier.

  • onthoudenA2

    запам'ятовувати

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontmoetenA2

    зустрічати, знайомитися

    Ik heb haar op een cursus ontmoet.

  • ontvangenA2

    отримувати

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • opbellenA2

    телефонувати

    Ik bel je morgen op.

  • openenA1

    відкривати

    De winkel opent om negen uur.

  • oplettenA2

    бути уважним

    Let goed op bij het oversteken.

  • opruimenA2

    прибирати (речі)

    Ruim je spullen even op.

  • opvallenA2

    впадати в око

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opzoekenA2

    шукати (у довіднику)

    Zoek het woord even op.