Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

24 слів · сторінка 1 з 1

  • laagA1

    низький

    De prijs is nu laag.

  • laatsteA1

    останній

    Dit is de laatste bus.

  • lachenA1

    сміятися

    We hebben veel gelachen.

  • landA1

    країна

    Uit welk land kom je?

  • langskomenA2

    заходити, заглядати

    Kom je vanavond even langs?

  • langzaamA1

    повільний

    Kunt u wat langzamer praten?

  • latenA2

    дозволяти; віддавати (у ремонт)

    Ik laat mijn fiets repareren.

  • leegA1

    порожній

    Mijn glas is leeg.

  • leggenA1

    класти

    Leg het boek op tafel.

  • lelijkA1

    потворний

    Dat gebouw vind ik lelijk.

  • lerenA2

    вчити(ся)

    Ik leer nu een jaar Nederlands.

  • letterA1

    літера

    Schrijf je naam met grote letters.

  • leukA1

    приємний, веселий

    Dat was een leuke avond.

  • levenA1

    життя; жити

    Het leven hier is heel anders.

  • lezenA2

    читати

    Lees de tekst nog een keer.

  • lieverA1

    краще, радше

    Ik drink liever thee.

  • liggenA1

    лежати, знаходитися

    Het boek ligt op tafel.

  • lijkenA1

    здаватися

    Het lijkt me een goed idee.

  • lijstA2

    список

    Zet het op de lijst.

  • linksA1

    ліворуч

    Sla bij de kerk links af.

  • lopenA1

    ходити пішки

    Ik loop elke dag naar mijn werk.

  • luciferA1

    сірник

    Heb je een lucifer?

  • luisterenA2

    слухати

    Luister goed naar de vraag.

  • lukkenA2

    вдаватися

    Het is me gelukt!