Словник
11 слів · сторінка 1 з 1
bedankenA2
дякувати
Ik wil je bedanken voor je hulp.
beginnenA2
починати(ся)
De les begint om negen uur.
bepalenA2
визначати
Jij mag bepalen waar we eten.
bereikenA2
досягати; зв'язатися
Je kunt mij het beste per mail bereiken.
besluitenA2
вирішувати
We hebben besloten te verhuizen.
bestaanA2
існувати
Zo'n regel bestaat hier niet.
betekenenA2
означати
Wat betekent dit woord?
bewarenA2
зберігати
Bewaar deze brief goed.
bezoekenA2
відвідувати
We bezoeken zondag mijn ouders.
blijvenA2
залишатися
Blijf je vanavond eten?
brengenA2
приносити, відвозити
Ik breng de kinderen naar school.

