Словник
4 слів · сторінка 1 з 1
uiteenzettenB2
викладати
Hij zette zijn plan uitgebreid uiteen.
uitleggenB1
пояснювати
Kun je dat nog een keer uitleggen?
uitnodigenB1
запрошувати
Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.
uitpratenB2
договорити
Mag ik even uitpraten?

