Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

11 слів · сторінка 1 з 1

  • bedoelenB1

    мати на увазі

    Wat bedoel je precies?

  • bekritiserenB2

    критикувати

    De pers bekritiseerde het besluit scherp.

  • belovenB1

    обіцяти

    Hij beloofde het morgen af te maken.

  • bemiddelenB2

    виступати посередником

    Een collega bemiddelde in het conflict.

  • benaderenB1

    звертатися до

    U kunt ons per e-mail benaderen.

  • benadrukkenB2

    підкреслювати

    Zij benadrukte het belang van goede afspraken.

  • besprekenB1

    обговорювати

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.

  • bestrijdenB2

    заперечувати, оскаржувати

    Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.

  • betogenB2

    доводити, аргументувати

    De auteur betoogt dat het anders moet.

  • bevestigenB1

    підтверджувати

    Kunt u de afspraak per mail bevestigen?

  • bewerenB2

    стверджувати

    Hij beweert dat hij niets wist.