Kelime Bilgisi
198 kelime · sayfa 7 / 8
thuisblijvenA2
evde kalmak
Ik blijf vandaag thuis.
toestaanA2
izin vermek
Honden zijn hier niet toegestaan.
trakterenA2
ikram etmek
Op je verjaardag trakteer je op gebak.
trouwenA1
evlenmek
Zij gaan in juni trouwen.
uitgevenA2
harcamak
Ik geef te veel geld uit aan eten.
uitkomenA2
uygun olmak
Komt dinsdag jou goed uit?
uitstappenA2
inmek
Bij welke halte moet ik uitstappen?
uitzoekenA2
araştırıp öğrenmek
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.
vallenA1
düşmek
Pas op, je valt bijna.
veranderenA2
değişmek
Er is veel veranderd dit jaar.
verbeterenA2
iyileştirmek
Mijn Nederlands is dit jaar verbeterd.
verbiedenA2
yasaklamak
Roken is in het gebouw verboden.
verdienenA2
kazanmak
Hoeveel verdien je per uur?
vergetenA2
unutmak
Ik ben mijn telefoon vergeten.
verhuizenA2
taşınmak
We verhuizen volgende maand naar Rotterdam.
verkopenA1
satmak
Ze verkopen hier verse groente.
vermijdenA2
kaçınmak
Probeer de spits te vermijden.
verplaatsenA2
taşımak, ertelemek
Kunnen we de afspraak verplaatsen?
versturenA2
göndermek
Verstuur het formulier voor vrijdag.
vertellenA1
anlatmak
Vertel eens, hoe was je dag?
vertrekkenA2
hareket etmek
De trein vertrekt over vijf minuten.
verwachtenA2
beklemek (ummak)
We verwachten hem om zes uur.
vindenA2
bulmak; düşünmek
Ik kan het niet vinden.
voelenA2
hissetmek
Ik voel me vandaag beter.
voorbereidenA2
hazırlanmak
Ik bereid me voor op het examen.

