Kelime Bilgisi
2021 kelime · sayfa 64 / 81
toetsvormB1
sınav biçimi
Welke toetsvorm gebruiken ze bij dit examen?
toetsvraagB1
test sorusu
Elke toetsvraag telt even zwaar.
toetsweekB1
sınav haftası
Volgende maand is de toetsweek.
toiletA1
tuvalet
Waar is het toilet?
tomaatA1
domates
Doe een tomaat in de salade.
tongA1
dil (organ)
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
toonB1
ton
Zijn toon was nogal onvriendelijk.
totA1
-e kadar
De winkel is open tot zes uur.
tot ziensA1
görüşmek üzere
Tot ziens, fijne dag nog!
touwA1
ip
Bind de doos vast met touw.
traditieB1
gelenek
Sinterklaas is een Nederlandse traditie.
trainenB1
antrenman yapmak
Wij trainen twee keer per week.
trakterenA2
ikram etmek
Op je verjaardag trakteer je op gebak.
tramA2
tramvay
Neem tram 4 naar het centrum.
trapA1
merdiven
De trap is erg steil.
treinA2
tren
De trein naar Amsterdam vertrekt zo.
treinkaartjeA2
tren bileti
Koop je treinkaartje van tevoren.
treinreisA2
tren yolculuğu
De treinreis duurt anderhalf uur.
treinstoringA2
tren arızası
Door een treinstoring reden er geen treinen.
treinvertragingB1
tren gecikmesi
Door treinvertraging kwam ik te laat op het werk.
trouwenA1
evlenmek
Zij gaan in juni trouwen.
trouwensA2
bu arada
Trouwens, heb je die brief al gelezen?
tuinA1
bahçe
We hebben een kleine tuin achter het huis.
tuinafvalB1
bahçe atığı
Tuinafval gaat in de groene bak.
tuinierenB1
bahçe işi yapmak
In het voorjaar ga ik graag tuinieren.

