Kelime Bilgisi
1230 kelime · sayfa 46 / 50
wantA1
çünkü
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
warmA1
sıcak
De soep is nog warm.
wasdrogerA2
kurutma makinesi
In de winter gebruik ik de wasdroger.
wasgoedA2
çamaşır
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
wasmachineA2
çamaşır makinesi
De wasmachine is kapot.
wasmandA1
çamaşır sepeti
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wassenA2
yıkamak
Ik moet nog kleren wassen.
wastafelA2
lavabo
De kraan van de wastafel lekt.
watA1
ne
Wat doe je?
waterA1
su
Drink veel water op een warme dag.
webshopA2
internet mağazası
Ik bestel het liever in een webshop.
weekA1
hafta
Deze week werk ik thuis.
weekdagA1
hafta içi gün
Op weekdagen sta ik vroeg op.
weekendA1
hafta sonu
In het weekend werk ik niet.
wegA1
yol
Deze weg gaat naar het centrum.
weggaanA2
gitmek, ayrılmak
Wanneer ga je weg?
weggooienA2
atmak
Gooi het oude papier weg.
weinigA1
az
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
haftalık
De les is wekelijks op dinsdag.
welkeA1
hangi
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
hoş geldiniz
Welkom bij ons thuis!
wereldA1
dünya
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
werkA1
iş
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
werkafspraakA2
iş anlaşması
We maken hierover een werkafspraak.
werkbriefjeA2
çalışma çizelgesi
Lever je werkbriefje op vrijdag in.

