Kelime Bilgisi
198 kelime · sayfa 3 / 8
hetenA1
adı olmak
Hoe heet jij?
hoestenA2
öksürmek
Het kind hoest de hele nacht.
hopenA1
ummak
Ik hoop dat het lukt.
horenA1
duymak
Ik hoor je niet goed.
houdenA1
tutmak; sevmek (van)
Ik houd van koffie.
huilenA1
ağlamak
De baby huilt de hele nacht.
inloggenA2
giriş yapmak
Log in met je e-mailadres.
inrichtenA2
döşemek
We moeten de woonkamer nog inrichten.
instappenA2
binmek
U kunt achterin instappen.
invullenA2
doldurmak
Vul het formulier volledig in.
kennenA1
tanımak
Ken je die man?
kiezenA2
seçmek
Je moet zelf kiezen.
kijkenA2
bakmak, izlemek
We kijken vanavond naar een film.
klaarmakenA2
hazırlamak
Ik maak het eten klaar.
kloppenA2
doğru olmak; kapı çalmak
Klopt dit adres?
kokenA2
pişirmek
Wie kookt er vanavond?
komenA1
gelmek
Kom je vanavond ook?
kopenA1
satın almak
Ik koop brood bij de bakker.
krijgenA1
almak (edinmek)
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1
-ebilmek
Kun je mij helpen?
lachenA1
gülmek
We hebben veel gelachen.
langskomenA2
uğramak
Kom je vanavond even langs?
latenA2
bırakmak; yaptırmak
Ik laat mijn fiets repareren.
leggenA1
koymak (yatay)
Leg het boek op tafel.
lenenA2
ödünç almak/vermek
Kan ik tien euro van je lenen?

