Kelime Bilgisi
804 kelime · sayfa 10 / 33
gipsA2
alçı
Zijn arm zit zes weken in het gips.
glasA1
bardak
Mag ik een glas water?
goedA1
iyi
Het gaat goed met mij.
goedemorgenA1
günaydın
Goedemorgen, komt u binnen.
goedenavondA1
iyi akşamlar
Goedenavond, komt u binnen.
goedendagA1
iyi günler
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
gootsteenA1
evye
De vuile borden staan in de gootsteen.
gordijnA2
perde
Doe de gordijnen even dicht.
gramA2
gram
Ik heb 500 gram kaas gekocht.
grammaticaA2
dil bilgisi
De grammatica vind ik het moeilijkst.
griepA2
grip
Half kantoor heeft de griep.
griepprikA2
grip aşısı
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.
grijsA1
gri
De lucht is vandaag grijs.
groenteA2
sebze
Eet elke dag genoeg groente.
groepslesA2
grup dersi
Een groepsles is goedkoper dan privéles.
grootA1
büyük
Zij wonen in een groot huis.
haarA1
saç
Zij heeft lang haar.
hagelslagA1
çikolata kırıntısı
Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.
halteA2
durak
De halte is om de hoek.
hamA1
jambon
Ik neem een boterham met ham.
handA1
el
Was je handen voor het eten.
handdoekA1
havlu
De handdoek hangt in de badkamer.
hartA1
kalp
Mijn hart klopt snel.
hartslagA1
kalp atışı
Mijn hartslag gaat snel na het sporten.
hekA1
çit, kapı (bahçe)
Doe het hek achter je dicht.

