Kelime Bilgisi
20 kelime · sayfa 1 / 1
scheidenA1düzensiz
scheidde · scheidden · zijn gescheiden
boşanmak
Mijn ouders zijn gescheiden.
schoonmakenA2ayrılabilir
maakte schoon · hebben schoongemaakt
temizlemek
Op zaterdag maak ik het huis schoon.
schrijvenA1düzensiz
schreef · schreven · hebben geschreven
yazmak
Schrijf je naam op het formulier.
scorenA2
scoorde · hebben gescoord
gol atmak
Hij scoorde in de laatste minuut het winnende doelpunt.
slapenA1düzensiz
sliep · sliepen · hebben geslapen
uyumak
Ik heb slecht geslapen.
sluitenA1düzensiz
sloot · sloten · hebben gesloten
kapatmak
De deur sluit automatisch.
snappenA2
snapte · hebben gesnapt
anlamak (gündelik)
Ik snap niet wat de docent bedoelt.
snijdenA2düzensiz
sneed · sneden · hebben gesneden
kesmek
Snijd de groente in kleine stukjes.
sparenA2
spaarde · hebben gespaard
biriktirmek
We sparen voor een nieuwe auto.
spelenA1
speelde · hebben gespeeld
oynamak
De kinderen spelen in de tuin.
geçmek (bir hikâye için)
Het verhaal speelt in Amsterdam, vlak na de oorlog.
sprekenA1düzensiz
sprak · spraken · hebben gesproken
konuşmak
Spreekt u Nederlands?
springenA1düzensiz
sprong · sprongen · hebben/zijn gesprongen
zıplamak
Hij sprong over de sloot.
staanA1düzensiz
stond · stonden · hebben gestaan
durmak
De auto staat voor het huis.
yazmak, yazılı olmak
In de e-mail staat dat de cursus in september begint.
stappenA2
stapte · hebben/zijn gestapt
adım atmak
Hij stapte snel in de auto en reed weg.
startenA2
startte · hebben/zijn gestart
çalıştırmak; başlamak
Mijn auto wil vanochtend door de kou niet starten.
stelenA2düzensiz
stal · stalen · hebben gestolen
çalmak
Iemand heeft gisteren mijn fiets gestolen.
stemmenA2
stemde · hebben gestemd
oy vermek
Bij de verkiezingen mag iedereen stemmen.
stofzuigenA2
stofzuigde · hebben gestofzuigd
süpürge çekmek
Ik stofzuig één keer per week.
stoppenA1
stopte · hebben/zijn gestopt
durmak, bırakmak
Hij is gestopt met roken.
sturenA1
stuurde · hebben gestuurd
göndermek
Ik stuur je vanavond een bericht.

