Je EigenRoute
GirişKayıt ol

Kelime Bilgisi

14 kelime · sayfa 1 / 1

  • scheidenA1

    boşanmak

    Mijn ouders zijn gescheiden.

  • schoonmakenA2

    temizlemek

    Op zaterdag maak ik het huis schoon.

  • schrijvenA2

    yazmak

    Schrijf je naam op het formulier.

  • slapenA2

    uyumak

    Ik heb slecht geslapen.

  • sluitenA1

    kapatmak

    De deur sluit automatisch.

  • snijdenA2

    kesmek

    Snijd de groente in kleine stukjes.

  • sparenA2

    biriktirmek

    We sparen voor een nieuwe auto.

  • spelenA1

    oynamak

    De kinderen spelen in de tuin.

  • sprekenA2

    konuşmak

    Spreekt u Nederlands?

  • springenA1

    zıplamak

    Hij sprong over de sloot.

  • staanA1

    durmak

    De auto staat voor het huis.

  • stofzuigenA2

    süpürge çekmek

    Ik stofzuig één keer per week.

  • stoppenA2

    durmak, bırakmak

    Hij is gestopt met roken.

  • sturenA1

    göndermek

    Ik stuur je vanavond een bericht.