Kelime Bilgisi
36 kelime · sayfa 1 / 2
maagA1
mide
Ik heb last van mijn maag.
maandA1
ay
Volgende maand ga ik op vakantie.
maandagA1
pazartesi
Op maandag begin ik om negen uur.
maandelijksA1
aylık
De huur betaal je maandelijks.
maarA1
ama
Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.
maartA1
mart
De cursus start in maart.
makenA1
yapmak, imal etmek
Ik maak het eten klaar.
makkelijkA1
kolay
Deze oefening is makkelijk.
manA1
adam
Die man werkt in de winkel.
matrasA1
yatak (şilte)
Dit matras is te zacht voor mij.
meelA1
un
Voor dit recept heb je meel nodig.
meerA1
daha çok
Ik heb meer tijd nodig.
meesteA1
çoğu
De meeste mensen komen met de fiets.
meiA1
mayıs
Mijn verjaardag is in mei.
meisjeA1
kız çocuk
Het meisje speelt buiten.
melkA1
süt
Wil je melk in je koffie?
mensA1
insan
Hij is een aardig mens.
mensenA1
insanlar
Er waren veel mensen op het feest.
mesA1
bıçak
Dit mes is niet scherp.
metA1
ile
Ik ga met de fiets.
meteenA1
hemen
Ik kom er meteen aan.
middagA1
öğleden sonra
We eten om twaalf uur 's middags.
middernachtA1
gece yarısı
De trein rijdt tot middernacht.
minderA1
daha az
Ik werk nu minder uren.
minuutA1
dakika
Wacht even, nog één minuut.

