Kelime Bilgisi
73 kelime · sayfa 1 / 3
kaarsA1
mum
Op tafel brandt een kaars.
kaartA1
kart; harita
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
kaartjeA2
bilet
Ik heb mijn kaartje al gekocht.
kaasA1
peynir
Nederlandse kaas is bekend in de wereld.
kachelA1
soba
Zet de kachel wat hoger.
kamA1
tarak
Mag ik je kam even lenen?
kamerA1
oda
Mijn kamer is niet zo groot.
kaneelA1
tarçın
Doe wat kaneel op de appels.
kansA1
fırsat
Dit is een mooie kans voor jou.
kantoorA2
ofis
Ons kantoor is vlak bij het station.
kantoorurenA2
mesai saatleri
Bel tijdens kantooruren.
kassaA2
kasa
Bij de kassa is een lange rij.
kassamedewerkerA2
kasiyer
De kassamedewerker was heel vriendelijk.
kastA1
dolap
Je jas hangt in de kast.
keelA1
boğaz
Ik heb pijn in mijn keel.
keelpijnA2
boğaz ağrısı
Ik heb keelpijn en kan slecht slikken.
keerA1
kez
Ik ga twee keer per week sporten.
kelderA1
bodrum
De fietsen staan in de kelder.
kennenA1
tanımak
Ken je die man?
kerkA1
kilise
De kerk staat op het plein.
keukenA1
mutfak
De keuken is net schoongemaakt.
keuzeA2
seçim
Er is genoeg keuze.
kiezenA2
seçmek
Je moet zelf kiezen.
kijkenA2
bakmak, izlemek
We kijken vanavond naar een film.
kinA1
çene
Hij stootte zijn kin bij het vallen.

