Kelime Bilgisi
73 kelime · sayfa 2 / 3
kindA1
çocuk
Het kind speelt in de tuin.
kipA1
tavuk
Ik eet liever kip dan rundvlees.
klaarA2
hazır
Het eten is klaar.
klaarmakenA2
hazırlamak
Ik maak het eten klaar.
klantA2
müşteri
De klant heeft altijd gelijk.
klantenkaartA2
müşteri kartı
Met een klantenkaart spaar je punten.
klantenserviceA2
müşteri hizmetleri
Bel de klantenservice als het niet werkt.
klasgenootA2
sınıf arkadaşı
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
klaslokaalA2
derslik
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
kleinA1
küçük
Mijn kamer is klein maar gezellig.
kleindochterA1
kız torun
Zijn kleindochter gaat al naar school.
kleinkindA1
torun
Zij heeft drie kleinkinderen.
kleinzoonA1
erkek torun
Haar kleinzoon is net geboren.
klerenA1
kıyafet
Ik koop nieuwe kleren.
kleurA1
renk
Welke kleur vind je mooi?
klokA1
saat (duvar)
De klok in de keuken loopt voor.
kloppenA2
doğru olmak; kapı çalmak
Klopt dit adres?
knieA1
diz
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
koekA1
kurabiye
Bij de koffie krijg je een koekje.
koelkastA1
buzdolabı
De melk staat in de koelkast.
kofferA2
valiz
Mijn koffer is te zwaar.
koffieA1
kahve
Zullen we een kopje koffie drinken?
kokenA2
pişirmek
Wie kookt er vanavond?
komenA1
gelmek
Kom je vanavond ook?
komkommerA1
salatalık
Snijd de komkommer in plakjes.

