Kelime Bilgisi
93 kelime · sayfa 1 / 4
haarA1
saç
Zij heeft lang haar.
hagelslagA1
çikolata kırıntısı
Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.
halenA2
almaya gitmek
Ik haal even brood.
halfA1
yarım
Het is half acht.
halloA1
merhaba
Hallo, hoe gaat het?
halteA2
durak
De halte is om de hoek.
hamA1
jambon
Ik neem een boterham met ham.
handA1
el
Was je handen voor het eten.
handdoekA1
havlu
De handdoek hangt in de badkamer.
handigA1
kullanışlı
Dat is een handige app.
hardA1
sert; yüksek sesli
Het bed is te hard.
hardlopenB1
koşmak
's Ochtends ga ik hardlopen in het park.
hartA1
kalp
Mijn hart klopt snel.
hartslagA1
kalp atışı
Mijn hartslag gaat snel na het sporten.
hebbenA1
sahip olmak
Wij hebben twee kinderen.
heelA1
çok; bütün
Het is heel warm vandaag.
hekA1
çit, kapı (bahçe)
Doe het hek achter je dicht.
helaasA2
maalesef
Helaas kan ik niet komen.
helftA1
yarısı
De helft van de klas was ziek.
helpenA2
yardım etmek
Kun je me even helpen?
herfstA1
sonbahar
In de herfst waait het vaak hard.
herhalenB1
tekrarlamak
Kunt u dat herhalen, alstublieft?
herhalingA2
tekrar
Volgende week is er een herhaling van de grammatica.
herinnerenA2
hatırlamak
Ik herinner me haar naam niet meer.
herinneringB1
hatırlatma
Ik kreeg een herinnering voor een onbetaalde rekening.

