Kelime Bilgisi
33 kelime · sayfa 1 / 2
de babyA1
bebek
De baby slaapt nu.
de badkamerA1
banyo
De badkamer is boven.
de balA1
top
De kinderen spelen met een bal in de tuin.
de banaanA1
muz
Wil je een banaan?
de batterijA1
pil
De batterij is leeg.
het bedA1
yatak
Ik ga vroeg naar bed.
het bedrijfA1
şirket
Zij werkt bij een groot bedrijf.
het beenA1
bacak
Hij heeft zijn been gebroken.
het beetjeA1
biraz
Ik spreek al een beetje Nederlands en Engels.
het beginA1
başı, başlangıcı
Aan het begin van de les zeggen we iets over het weekend.
de belA1
kapı zili
De bel doet het niet.
het berichtA1
mesaj
Ik stuur je straks een bericht.
de bezemA1
süpürge
Pak even de bezem.
het bezoekA1
ziyaret, misafir
We krijgen vanavond bezoek.
de bloemkoolA1
karnabahar
Vanavond eten we bloemkool.
het boekA1
kitap
Ik lees elke avond een boek.
de boonA1
fasulye
Er staan bonen op het menu.
het bordA1
tabak
Zet de borden op tafel.
tabela, levha
Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.
de borstA1
göğüs
Hij voelt pijn op zijn borst.
de boterA1
tereyağı
Doe wat boter op je brood.
de boterhamA1
ekmek dilimi
Ik neem twee boterhammen mee.
de briefA1
mektup
Ik heb een brief van de gemeente gekregen.
de brievenbusA1
posta kutusu
Er zit post in de brievenbus.
de brilA1
gözlük
Zonder bril zie ik niets.
de broekA1
pantolon
Deze broek is te lang.

