Kelime Bilgisi
473 kelime · sayfa 10 / 19
manierA2
yol, yöntem
Dat is een handige manier om te oefenen.
meedoenA2
katılmak
Doe je mee met de cursus?
meemakenA2
yaşamak (deneyim)
Ik heb veel meegemaakt dit jaar.
meenemenA2
yanına almak
Neem je paspoort mee.
meerA1
daha çok
Ik heb meer tijd nodig.
meestalA2
genellikle
Ik ga meestal met de fiets.
meesteA1
çoğu
De meeste mensen komen met de fiets.
mensA1
insan
Hij is een aardig mens.
merkenA2
fark etmek
Ik merk dat het beter gaat.
metA1
ile
Ik ga met de fiets.
minderA1
daha az
Ik werk nu minder uren.
misschienA2
belki
Misschien kom ik later.
missenA2
kaçırmak; özlemek
Ik heb de bus gemist.
moeilijkA1
zor
Nederlands is soms moeilijk.
moetenA1
-meli, zorunda olmak
Ik moet nu weg.
mogelijkA2
mümkün
Is het mogelijk om later te komen?
mogelijkheidA2
olanak
Er is nog een andere mogelijkheid.
mogenA1
-ebilmek (izin)
Mag ik hier zitten?
mooiA1
güzel
Wat een mooie foto!
muziekA1
müzik
Ik luister graag naar muziek.
naA1
sonra
Na het eten gaan we wandelen.
naamA1
isim
Wat is jouw naam?
naarA1
-e doğru
Ik ga naar mijn werk.
naastA1
yanında
Hij zit naast mij.
nadenkenA2
üzerinde düşünmek
Ik moet er nog even over nadenken.

