Kelime Bilgisi
18 kelime · sayfa 1 / 1
gaanA1
gitmek
Ik ga morgen naar Amsterdam.
geelA1
sarı
De bloemen in de tuin zijn geel.
geenA1
hiç, yok
Ik heb geen tijd.
gelijkA1
haklı; eşit
Je hebt gelijk.
gelovenA1
inanmak
Ik geloof je wel.
gelukA1
şans, mutluluk
Veel geluk met je nieuwe baan!
genoegA1
yeterli
Er is genoeg eten voor iedereen.
gereedschapA1
alet
Het gereedschap ligt in de schuur.
getalA1
sayı
Schrijf het getal in cijfers.
gevenA1
vermek
Geef mij het zout, alsjeblieft.
goedA1
iyi
Het gaat goed met mij.
goedemorgenA1
günaydın
Goedemorgen, komt u binnen.
goedenavondA1
iyi akşamlar
Goedenavond, komt u binnen.
goedendagA1
iyi günler
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
graagA1
memnuniyetle
Ik drink graag koffie.
grijsA1
gri
De lucht is vandaag grijs.
groenA1
yeşil
Het licht is groen, je mag gaan.
grootA1
büyük
Zij wonen in een groot huis.

