Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

796 слов · страница 9 из 32

  • gelovenA1

    geloofde · hebben geloofd

    верить

    Ik geloof je wel.

  • het gelukA1

    удача, счастье

    Veel geluk met je nieuwe baan!

  • gelukkigA1

    счастливый; к счастью

    Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.

  • genietenA1неправильный

    genoot · genoten · hebben genoten

    наслаждаться

    Ik geniet van het rustige weekend.

  • genoegA1

    достаточно

    Er is genoeg eten voor iedereen.

  • het gereedschapA1

    инструменты

    Het gereedschap ligt in de schuur.

  • de geschiedenisA1

    история

    De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.

  • het gesprekA1

    разговор

    We hebben een goed gesprek gehad.

  • het getalA1

    число

    Schrijf het getal in cijfers.

  • getrouwdA1

    женат / замужем

    Zij is al tien jaar getrouwd.

  • gevenA1неправильный

    gaf · gaven · hebben gegeven

    давать

    Geef mij het zout, alsjeblieft.

  • het gevoelA1

    чувство

    Ik had het gevoel dat er iets mis was.

  • gewoonA1

    обычный; просто

    Het was een gewone dag op kantoor.

  • het gezichtA1

    лицо

    Was je gezicht met koud water.

  • het gezinA1

    семья (домохозяйство)

    Ons gezin bestaat uit vier personen.

  • gisterenA1

    вчера

    Gisteren was ik ziek.

  • het glasA1

    стакан

    Mag ik een glas water?


    стекло

    De deur van de keuken is van hout en glas.

  • goedA1

    хороший

    Het gaat goed met mij.

  • goedemorgenA1

    доброе утро

    Goedemorgen, komt u binnen.

  • de goedenavondA1

    добрый вечер

    Goedenavond, komt u binnen.

  • de goedendagA1

    добрый день

    Goedendag, waarmee kan ik u helpen?

  • de gootsteenA1

    раковина

    De vuile borden staan in de gootsteen.

  • graagA1

    охотно, с удовольствием

    Ik drink graag koffie.

  • gratisA1

    бесплатно

    De eerste les is gratis.

  • grijsA1

    серый

    De lucht is vandaag grijs.