Словарь
1230 слов · страница 8 из 50
cursusniveauA2
уровень курса
Op welk cursusniveau zit jij?
cvA2
резюме
Stuur je cv mee met de sollicitatie.
daarA1
там
Daar staat mijn fiets.
daarnaA2
после этого
Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.
daarnaastA2
кроме того
Daarnaast volg ik een cursus.
daaromA2
поэтому
Het regende, daarom bleef ik thuis.
dagA1
день
Elke dag ga ik naar mijn werk.
dagelijksA1
ежедневно
Ik oefen dagelijks een half uur.
dakA2
крыша
Het dak lekt bij zware regen.
danA1
потом, тогда
Eerst eten, dan afwassen.
dankjewelA1
спасибо
Dankjewel voor je hulp.
dansenA2
танцевать
Op het feest werd er gedanst.
datumA1
дата
Wat is de datum van vandaag?
deadlineA2
срок сдачи
De deadline is vrijdag.
decemberA1
декабрь
In december zijn er veel feestdagen.
deelA2
часть
Het eerste deel van de cursus is klaar.
dekbedA1
одеяло
In de winter gebruik ik een dik dekbed.
delenA1
делить(ся)
We delen de kosten samen.
denkenA1
думать
Ik denk dat het goed komt.
derdeA1
третий
Wij wonen op de derde verdieping.
dertigA1
тридцать
Ik ben dertig jaar oud.
deurA1
дверь
Doe je de deur even dicht?
deurmatA2
коврик у двери
Veeg je voeten op de deurmat.
dichtA1
закрытый
Op zondag zijn de winkels dicht.
dichtbijA1
близко
De school is heel dichtbij.

