Словарь
2021 слов · страница 67 из 81
vakantieparkB1
база отдыха
We huren een huisje op een vakantiepark.
vakantieplanningB1
планирование отпуска
De vakantieplanning maken we in januari.
vakonderdeelB1
раздел предмета
Elk vakonderdeel wordt apart getoetst.
vallenA1
падать
Pas op, je valt bijna.
vanA1
от, чей-то
Dit is de fiets van mijn broer.
vanavondA1
сегодня вечером
Vanavond blijf ik thuis.
vandaagA1
сегодня
Vandaag is het mooi weer.
vanmiddagA1
сегодня днём
Vanmiddag heb ik een afspraak.
vanmorgenA1
сегодня утром
Vanmorgen was het erg koud.
veelA1
много
Er zijn veel mensen buiten.
veerbootA2
паром
De veerboot vertrekt elk half uur.
veertigA1
сорок
Hier mag je veertig rijden.
vegetarischA2
вегетарианский
Hebben jullie ook vegetarische gerechten?
veiligA2
безопасный
Werk altijd veilig met deze machine.
veiligheidsgordelB1
ремень безопасности
Doe je veiligheidsgordel om.
vensterbankA1
подоконник
Op de vensterbank staan planten.
ventilatieA2
вентиляция
Goede ventilatie voorkomt schimmel.
verA1
далеко
Is het nog ver?
veranderenA2
менять(ся)
Er is veel veranderd dit jaar.
veranderingA2
изменение
Dat is een grote verandering voor ons.
verantwoordelijkB1
ответственный
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen afval.
verantwoordelijkheidB1
ответственность
Zij krijgt steeds meer verantwoordelijkheid.
verantwoordenB1
обосновывать, отчитываться
Je moet je keuzes kunnen verantwoorden.
verbaasdA2
удивлённый
Ik was verbaasd over zijn antwoord.
verbandA2
повязка, бинт
Doe er even een verband omheen.

