Словарь
2021 слов · страница 66 из 81
uitnodigingB1
приглашение
Bedankt voor de uitnodiging!
uitrustenB1
отдыхать
Na die drukke week moet ik even uitrusten.
uitslagB1
результат (анализа); сыпь
De uitslag van het bloedonderzoek is goed.
uitspraakA2
произношение
Je uitspraak is al veel beter.
uitspraakfoutB1
ошибка в произношении
Een kleine uitspraakfout is niet erg.
uitspraakregelB1
правило произношения
Deze uitspraakregel geldt voor bijna alle woorden.
uitstappenA2
выходить (из транспорта)
Bij welke halte moet ik uitstappen?
uitverkochtA2
распродано
Die maat is helaas uitverkocht.
uitverkoopA2
распродажа
In januari is er uitverkoop.
uitzoekenA2
выяснять
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.
uniformA2
форма
Op dit werk draag je een uniform.
universiteitB1
университет
Zij studeert aan de universiteit van Leiden.
uurA1
час
De les duurt één uur.
vaakA1
часто
Ik ga vaak met de fiets.
vaardigheidB1
навык
Communiceren is een belangrijke vaardigheid.
vacatureB1
вакансия
Er staat een vacature op hun website.
vaccinatieB1
вакцинация
De vaccinatie is gratis.
vaccinatieprogrammaB1
программа вакцинации
Kinderen krijgen prikken via het vaccinatieprogramma.
vaderA1
отец
Mijn vader kookt heel goed.
vakB1
предмет
Wiskunde is mijn favoriete vak.
vakantieB1
отпуск, каникулы
We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.
vakantieaanvraagA2
заявление на отпуск
Doe je vakantieaanvraag op tijd.
vakantieadresB1
адрес на время отпуска
Geef je vakantieadres door aan je buren.
vakantiebestemmingB1
место отдыха
Spanje is een populaire vakantiebestemming.
vakantiedagenA2
дни отпуска
Ik heb nog tien vakantiedagen over.

