Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

2021 слов · страница 65 из 81

  • tuinonderhoudA2

    уход за садом

    Het tuinonderhoud doen we zelf.

  • tuinpadA1

    садовая дорожка

    Het tuinpad ligt vol bladeren.

  • tuinstoelA1

    садовый стул

    De tuinstoelen staan in de schuur.

  • tunnelA2

    туннель

    Door de tunnel ben je er sneller.

  • tussenA1

    между

    De winkel zit tussen de bank en het café.

  • twaalfA1

    двенадцать

    We eten om twaalf uur.

  • tweeA1

    два

    Ik heb twee kinderen.

  • tweedeA1

    второй

    Neem de tweede straat rechts.

  • tweedehandsA2

    подержанный

    Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.

  • tweelingA1

    близнецы

    Zij heeft een tweeling gekregen.

  • twintigA1

    двадцать

    Het kost twintig euro.

  • typischA2

    типичный

    Dat is typisch Nederlands.

  • uiA1

    лук

    Van een ui moet ik huilen.

  • uitA1

    из

    Ik kom uit Oekraïne.

  • uitgaanB1

    ходить развлекаться

    Vroeger gingen we elk weekend uit.

  • uitgaanslevenB1

    ночная жизнь

    Het uitgaansleven in de stad is levendig.

  • uitgaveA2

    трата, расход

    Dit is een grote uitgave voor ons.

  • uitgavenB1

    расходы

    Mijn uitgaven zijn hoger dan vorig jaar.

  • uitgevenA2

    тратить

    Ik geef te veel geld uit aan eten.

  • uitjeB1

    выезд, вылазка

    We doen jaarlijks een uitje met het team.

  • uitkeringB1

    пособие

    Hij ontvangt tijdelijk een uitkering.

  • uitkomenA2

    подходить (о времени)

    Komt dinsdag jou goed uit?

  • uitlegB1

    объяснение

    Bedankt voor de duidelijke uitleg.

  • uitleggenB1

    объяснять

    Kun je dat nog een keer uitleggen?

  • uitnodigenB1

    приглашать

    Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.